|
Referaat afstuderen
Staande hier achter een katheder tegenover een dit publiek in een zaal van een
levensbeschouwelijk instituut , met de protestantse achtergrond die ik heb,
bekruipt me het gevoel misschien mijn roeping als predikant te zijn misgelopen.
Blijkbaar hebben 6 jaar humanistiek de calvinist die in mij huist niet klein
gekregen.
Ter compensatie van dat mogelijk gemis voel ik mij op deze plek geroepen om te
beginnen met een soort schriftlezing. Een praktisch probleem vormt daarbij het
gegeven dat het humanisme geen heilig boek kent en ik daarom mijn toevlucht heb
gezocht tot een boek dat voor mij heel waardevol is : De kleine Prins van
Antoine St. Exupery. Net als een aantal van de heilige boeken in andere
levensbeschouwingen heeft ook dit boek voor elke situatie wel een toepasselijke
tekst. Ook voor die van vandaag.
Op blz. 68 ontmoet de Kleine Prins, die over deze wereld zoekt en zich
voortdurend verwonderd, namelijk de Vos en deze vertelt hem naar aanleiding van
zijn vraag naar wat riten zijn het volgende:
’Riten moeten er zijn.
Een rite maakt dat de ene dag verschilt van alle andere dagen, het ene uur van
alle andere uren’.
Dit is zo’n rite , de afsluiting van een periode van bijna 10 jaar studeren aan
verschillende universiteiten en hogescholen, waaronder de laatste 6 jaar aan de
Universiteit voor Humanistiek. Een afsluiting met een feestelijk karakter, want
als ik het goed begrepen heb zal ik zometeen mijn bul ontvangen en mag ik
mijzelf humanisticus noemen.
Het is niet alleen een afsluiting, het is ook een overgang naar een nieuwe fase
van werken en het in de praktijk toepassen van het hier geleerde.
Een belangrijk moment voor mij en daarom ben ik blij dat een aantal mensen die
voor mij belangrijk zijn hier aanwezig kunnen zijn om dat met mij te delen. Een
rite in je eentje moeten voltrekken zou toch een stuk armzaliger zijn.
De rite van het afstuderen op de Universiteit voor Humanistiek houdt o.a. in dat
ik als aankomend drs. een praatje mag houden en bij de uitnodiging voor deze
uitreiking werd de suggestie gedaan iets over mijn afstudeeronderzoek te
vertellen.
Bij het nadenken over wat ik dan precies zou gaan zeggen bij deze gelegenheid
kwamen een hoop herinneringen naar boven van de afgelopen studiejaren. Vragen
als ‘Wat is zinvol?’/ “Wat is goed om te doen?’ en ‘Wat kan ik eigenlijk?’
domineerden deze jaren en liepen als rode draden door deze en vorige opleidingen
heen .
Bij het napluizen van mijn scriptie bleek dat die draden daar eigenlijk aan
elkaar zijn geknoopt.
‘Docentcompetenties voor ethische beroepsvorming in het HBO’ is de titel van die
eindscriptie. En in die titel zitten de beide vraagstellingen eigenlijk al
verwerkt.
‘Wat is zinvol?’, ‘Wat is waardevol?’, ‘Wat is goed om te doen?’ zijn vragen die
me altijd al bezig hebben gehouden en ook binnen ethiek en ethische
beroepsvorming een grote rol spelen.
Een belangrijke reden voor mij om deze opleiding te volgen was om een eindelijk
eens antwoord op deze vragen te krijgen. Dat is niet gebeurd, de meeste
humanisten bleken ook zinzoekers te zijn, sterker nog, ik kwam precies op het
moment op deze opleiding dat verkondigd werd dat de ‘Grote verhalen’ voorbij
zijn.
Daar stond ik dan met mijn eigen levensvragen. Maar er was hoop… Professor Fons
Elders omschrijft de dialoog als de voorwaarde voor het überhaupt bestaan van
waarden. Als een humanist gekenmerkt wordt door de voortdurende bereidheid tot
de dialoog met de ander, dan lijken waarden en ethiek in veilige handen bij het
humanisme.
Niet als groot verhaal, maar als een benadering van ethiek die qua invulling
afhankelijk is van de relatie met de concrete ander in een concrete situatie.
Dan ook is ethiek bruikbaar bij ethische beroepsvorming op Hbo’s. Dat is het
leergebied dat zich bezig houdt met ethische dilemma’s in beroepen waar de
studenten later mee in aanraking komen.
In Dialoog kunnen treden met elkaar en met de persoon waar het dilemma zich om
speelt blijkt zowel voorwaarde voor ethiekonderwijs als voor humanisme.
Daarmee ben ik gekomen bij mijn tweede vraag die zich tijdens mijn studieproces
die zich vertaald heeft in mijn eindscriptie: Wat kan ik nu eigenlijk?
Ben ik in staat de dialoog te voeren in het ethiekonderwijs op het HBO, ben ik
in staat anderen zover te krijgen?
Welke kennis, vaardigheden en attitude zijn daarvoor nodig?
Daar draaide mijn afstudeeronderzoek om.
Naast kennis over ethische theorie en didactische vaardigheden blijken uit mijn
onderzoek met name reflexieve, communicatieve en agogische vaardigheden van
belang.
Vaardigheden die de Universiteit voor Humanistiek ook hoog in het vaandel voert.
Een goede aansluiting van humanistici bij het docentprofiel voor ethische
beroepsvorming zou je zeggen.
Maar wat in theorie aansluit hoeft zich nog niet automatisch te vertalen in de
praktijk.
Het scriptieproces liet mij zien dat er op het gebied van communicatie nog het
nodige bij mezelf verbeterd zou kunnen worden, maar een mens is nooit te oud om
te leren.
Met mijn reflectieve vaardigheden zit het in ieder geval wel goed zult u na deze
toespraak wel verzuchten…
Ik ben er van overtuigd dat er voor humanistici in het ethiekonderwijs grote
mogelijkheden liggen en dat humanistici de dialoog naast in raadsgesprekken ook
in het onderwijs moeten voeren. Met de komst van een nieuw profiel Educatie zou
in ieder geval zowel vanuit de definitie waarin humanisme zich kenmerkt als
bereidheid tot Dialoog, als vanuit de aangeboden competenties in deze opleiding
voor de UvH een belangrijk werkterrein in het onderwijs kunnen liggen.
En daarmee is een oud humanistisch ideaal aangesneden. Want was humanisme van
oudsher ook niet gericht op de vorming in waarden en normen.?
Ik dank u wel. |